EPAview Nieuws

De nieuwe STEP-regeling biedt volop kansen!

Gepubliceerd op: 30-05-2016
Per 1 juli 2016 is de nieuwe STEP-regeling van kracht. Deze is aanzienlijk toegankelijker gemaakt en biedt volop kansen voor de woningcorporaties!
   

Positief nieuws!

Het beschikbare budget is nog lang niet op. Veel aanvragen van 2015 zijn ingetrokken en de kwaliteit van de aanvragen is sterk verbeterd.

Conclusie: Er is nog ongeveer € 330 miljoen over om te besteden!

Om de afspraken in het Energieakkoord te kunnen behalen, heeft minister Blok de regeling een stuk aantrekkelijker weten te maken.

Aantrekkelijke wijzigingen

Vanaf 1 juli zijn de volgende wijzigingen van kracht:

  • Verhoging van subsidiebedragen voor alle categorieën.
  • Subsidies voor renovaties die verder gaan dan een Energie-Index van 1,20 (het oude energielabel A).
  • Verlaging van de minimale verbetering van 3 naar 2 Energie-Indexklassen voor bepaalde categorieën. De labelsprong van C naar A komt straks dus ook voor STEP in aanmerking!
  • Verlenging van de looptijd met 1 jaar t/m 2018.

Dus: projecten die tot nu toe niet in aanmerking kwamen omdat er onvoldoende labelstappen werden gemaakt, zijn vanaf 1 juli mogelijk wel subsidiabel!

Daarnaast is er extra geld beschikbaar voor projecten met een duurzame ambitie. Denk hierbij aan woningen die worden gerenoveerd naar het niveau nul-op-de-meter of energieneutraal!

Kansen voor Woningcorporaties

De wijzigingen vergroten de mogelijkheden voor woningcorporaties om gebruik te kunnen maken van de STEP-regeling.
Zo krijgen de corporaties de kans om renovaties een extra impuls te geven om op die wijze aan de eisen van het Energieakkoord te kunnen voldoen.

Lees hier de brief van minister Blok

 

 

lees verder

SHAERE 2016: De best presterende corporatie bekend gemaakt

Gepubliceerd op: 13-05-2016

Op 12 mei presenteerde Aedes tijdens in Utrecht de resultaten en voortgang  van SHAERE 2016, de jaarlijkse monitor van energieprestatiegegevens van sociale huurwoningen. De data van energielabels en Energie-Indexen van zo’n 200 corporaties zijn hiervoor opgevraagd en in één landelijke database opgenomen

De bijeenkomst geeft een beeld van de hedendaagse en toekomstige ontwikkelingen rond energie en duurzaamheid in de corporatiesector.
Twee vragen stonden centraal:

  • Halen corporaties het doel van gemiddeld energielabel B eind 2020?
  • Welke corporatie presteerde het beste?

De resultaten en de voortgang van de energieprestaties in de corporatiesector zijn tijdens de bijeenkomst bekend gemaakt. Bijvoorbeeld rond zonneboilers en zonnepanelen, isolatie, energieopwekkers en zeer energiezuinige woningen. Deelnemende woningcorporaties hebben op 12 mei ook hun eigen SHAERE rapportage ontvangen. De best presterende corporaties hebben tijdens de bijeenkomst een prijs uitgereikt gekregen.

De best presterende corporatie: Woningstichting Hellendoorn

Door de overgang van energielabel naar Energie-Index is monitoring een complexe materie geworden. Hoe voeg je oude energielabels met bijbehorende cijfers samen met nieuwe Energie-Indexen? Dit is opgelost door uit te gaan van de corresponderende woningwaardering. Het oude energielabel B en de nieuwe Energie-Index van 1,21 tot en met 1,40 leveren 28 punten op bij een appartement en 32 bij een eengezinswoning.

De top drie van de bijna 200 deelnemers:

1. Woningstichting Hellendoorn
2. Oost Flevoland Woondiensten
3. Woningbouwvereniging Land van Altena

Gemiddeld scoort deze top drie zo’n 25 woningwaarderingspunten. Het landelijk gemiddelde ligt op 19 punten.

Energiezuinige woningen

Tevens ging de aandacht uit naar zeer energiezuinige woningen. Bijna energieneutraal of al helemaal. Het aandeel woningen in het totale bezit met een oud energielabel A++ of een nieuwe Energie-Index van 0,61 of lager en dus beter. Het landelijke gemiddelde is slechts 0,2%. De koplopers zelf  zijn al beduidend verder:

1. Wonion met 3,3%
2. Woningstichting Bergh met 3,2%
3. Woonstede met 3,0

Bron: AEDES

lees verder

Energielabels: een rookgordijn?

Gepubliceerd op: 09-05-2016

De Monitor: ‘Onbegrijpelijke energielabels maken huurprijzen volstrekt ondoorzichtig. Een beter label betekent een hogere huur, want de huurder betaalt minder stookkosten. Maar is dat altijd terecht?’

monitor site

Onze huizen moeten energiezuiniger worden. Zo sparen we het milieu en blijft de gasrekening betaalbaar. Daarom is het energielabel in het leven geroepen waarmee onzuinige huizen van zuinige worden gescheiden.

  • Maar wat klopt er van de 2,5 miljoen labels op Nederlandse huurwoningen?
  • Welk belang hebben verhuurders bij zo’n label?
  • En wat kunnen huurders doen om zo’n label te bestrijden?
  • Sinds 2011 worden alle woningen in Nederland ingedeeld in energieklassen. Van zeer moderne energieneutrale woningen, tot woningen die niet of nauwelijks geïsoleerd zijn. De bedoeling is dat die onzuinige woningen verdwijnen. Verhuurders mogen daarom het energielabel meenemen in de huurprijs. Een beter label betekent een hogere huur, want de huurder betaalt minder stookkosten, zo is de gedachte.
    Maar is dat altijd terecht?
  • Steeds meer Nederlanders hebben moeite om de maandelijkse energielasten op te brengen. Meer dan veertig procent van de Nederlanders besteedde in 2013 10% van hun inkomen aan gas en licht. Vanaf die grens spreek je van energiearmoede: je moet andere dingen laten om je energielasten te betalen. Het is dus een goed streven om woningen te isoleren. Maar wat als die isolatie een minimale verlaging van de stookkosten betekent, maar wel een fikse verhoging van de huur?

De Monitor (het onderzoeksjournalistiek programma van de NCRV) kreeg meerdere tips waaruit blijkt dat er nogal wat mis gaat met energielabels op huurwoningen. Zo klagen huurders dat het energielabel van hun woning te hoog is ingeschat. Of dat de isolatie waarvoor ze wel betalen er helemaal niet is. We zoeken de bewoners op, onderzoeken hun huizen en vragen de verhuurders om een reactie. Dan blijkt dat we een systeem hebben opgetuigd dat nog maar weinig mensen begrijpen en dat huurders zich amper kunnen verweren wanneer hun label niet klopt.

Bron: www.npo.nl

 

 

lees verder

Delto en ClimaRad werken samen voor betere scores!

Gepubliceerd op: 29-04-2016

ClimaRad en de ontwikkelafdeling van Delto hebben de handen ineen geslagen om de invoer van de kwaliteitsverklaring van een ventilatiesysteem mogelijk te maken in EPAview.

Update gereed

Tot voorheen was het  alleen mogelijk om voor een ventilatiesysteem een kwaliteitsverklaring in te vullen bij ‘WTW’ en niet bij  ‘ventilatie’.

Wij zijn verheugd u te kunnen vertellen dat er inmiddels een update is doorgevoerd in EPAview, zodat de invoer van een kwaliteitsverklaring van een ventilatiesysteem vanaf nu mogelijk is!

Waarom is dit zo gunstig?

Wanneer u uw woningen voorziet van een energie efficiënt ventilatiesysteem zoals een ClimaRad, is het een zonde dat er gewerkt wordt met forfaitaire waarden. De kwaliteitsverklaring van een energie efficiënt ventilatiesysteem levert namelijk een gunstigere Energie-Index op!

Nu de invoer in EPAview van de kwaliteitsverklaring van een ClimaRad mogelijk is – met de waardes fsys, freg en finf  - komt het ventilatiesysteem pas goed uit de verf.

De invoer van de kwaliteitsverklaring van een energie efficiënt ventilatiesysteem zoals een ClimaRad kan makkelijk leiden tot een labelsprong!

Win-Win

Deze update in EPAview betekent een grote stap naar energiezuinige en tevens gezonde woningen!

Lees verder

 

lees verder

BIM: Regie over informatie

Gepubliceerd op: 28-04-2016

Aedes BIM-leidraad en –protocol beschikbaar  


Woningcorporaties die actuele informatie hebben over bestaand vastgoed en bouwprojecten kunnen veel kosten besparen. Regie op informatiestromen biedt bovendien managementinformatie die de bedrijfsvoering ondersteunt.
Aedes pleit er daarom voor dat corporaties het Bouw Informatie Model (BIM) gebruiken.

Om hen te ondersteunen bij gebruik en invoering, ontwikkelde Aedes de BIM-leidraad en het BIM-protocol voor woningcorporaties.

Woningcorporaties werken veel samen met andere partijen. Bij renovatie of nieuwbouw. Of bij maatschappelijke opgaven. Het delen van actuele gegevens, binnen de organisatie én met externe partijen, wordt daarbij steeds belangrijker. Ook vraagt de samenleving daarbij om efficiëntie en transparantie. Binnen de organisatie vraagt dit om een andere cultuur en een andere manier van werken. Gebruik van BIM kan corporaties helpen om deze samenwerking en transparantie te bereiken.

CORA en VERA
De leidraad en het protocol sluiten aan bij CORA en VERA, de onafhankelijke standaarden die corporaties ondersteunen bij de informatisering en digitalisering van hun werkprocessen. De BIM-leidraad en het –protocol zijn ontwikkeld door een groep vertegenwoordigers van negen corporaties en is gefinancierd door FLOW.

Reacties gevraagd

Op 20 april 2016 zijn de BIM-leidraad en het –protocol gepresenteerd. Ruud van den Boom, bestuurder van FLOW, noemde BIM daarbij ‘een uniforme taal waarmee corporaties de verbinding kunnen leggen tussen de klant en de leverancier’. De voorzitter van CORA, Bas Buitendijk, benadrukte dat de leidraad en het protocol 1.0-versies zijn. Hij riep corporaties op om hun reacties te mailen naar CORA ter aanvulling en verbetering van volgende versies.

Bijeenkomsten
Aedes organiseert op 17 mei, 2 juni en 15 september 2016 informatieve bijeenkomsten over BIM. Kijk hier voor meer informatie en aanmelding.

Bron: Aedes, april 2016

lees verder

Meer huurders wonen te duur

Gepubliceerd op: 07-04-2016

Het aantal huurders dat een te hoge huur betaalt ten opzichte van het inkomen, is behoorlijk gestegen. Het aantal dat te weinig huur betaalt, liep juist flink terug. Dit meldt het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) in het vandaag uitgekomen Woononderzoek Nederland.

Dure en goedkope scheefwoners

Bij scheefwonen wordt vaak gerefereerd aan huurders die in een te goedkope (sociale) huurwoning wonen, de zogenaamde ‘goedkope scheefwoners’. Er is echter ook een grote groep huishoudens die op basis van hun inkomen juist te veel huur betalen, zij worden ‘dure scheefwoners’ genoemd. Deze laatste groep is flink gegroeid.

18 procent woont te duur

Het aantal dure scheefwoners met relatief te hoge maandelijkse huurlasten, is de afgelopen zes jaar flink gestegen. Dit percentage lag in 2009 nog op 8,1 procent, in 2012 op 13,1 procent en in 2015 op 18,3 procent. Met andere woorden: vorig jaar woonde bijna een vijfde van de 2,9 miljoen huurders in Nederland in een te dure huurwoning.

Het percentage goedkope scheefwoners is de afgelopen jaren juist flink gedaald: waar in 2009 nog 27,6 procent van de huurders in een te goedkoop huurhuis woonde, gaat dit percentage in 2015 met 18 procent gelijk op met dat van dure scheefwoners.

Stijgende woonlasten

Met woonlasten die 39 procent van het besteedbaar inkomen bedragen, zijn huurders in verhouding meer kwijt aan woonlasten dan de gemiddelde Nederlander. Landelijk gezien bedragen deze lasten een derde van het inkomen. Met een gemiddelde van 654 euro per maand aan huur en bijkomende woonlasten betaalt de Nederlandse huurder 100 euro per maand meer dan in 2009. Deze stijging zit vooral in een hogere huurprijs; de bijkomende lasten zijn iets gedaald.

Huiseigenaren hebben met 28 procent de laagste woonlasten: zij waren vorig jaar gemiddeld 894 euro kwijt aan woonlasten. Dit is 75 euro minder dan in 2012 en 26 euro minder dan in 2009. Dit komt door een daling van zowel de hypotheek- en verzekeringslasten als de gemeentelijke belastingen.

Duurste provincies

Huurders wonen het duurst in de provincies Utrecht (gemiddeld 693 euro per maand), Noord-Holland (679 euro) en Zuid-Holland (659 euro). Met een gemiddelde huur van 578 euro per maand is Friesland de goedkoopste provincie.

 

Bron: CBS / Huurwoningen.nl

 

lees verder

SHAERE update

Gepubliceerd op: 01-04-2016

De exports zijn verzonden!

De presentatie van de SHAERE Benchmark is door Aedes enkele weken uitgesteld omdat ze langere tijd nodig hadden om te bepalen welke data ze wilden tonen in de benchmark.

Delto heeft de afgelopen 2 maanden wekelijks contact gehad met Aedes over SHAERE. Deze week kregen wij eindelijk groen licht om de woningdata van onze deelnemende corporaties aan te leveren.

Hartelijke groet,
Team Delto

lees verder

Delto lanceert de Module Installaties

Gepubliceerd op: 25-03-2016

Op verzoek

EPAview wordt continu doorontwikkeld met aangescherpte en ook met nieuwe functionaliteiten. De wensen van de woningcorporaties zijn hierin leidend.
Zo is ook de Module Installaties ontwikkeld op verzoek van meerdere woningcorporaties.

Waarom?

In de EPAview-werkgroepen is de behoefte uitgesproken om installatie-mutaties op kostenefficiënte wijze door te kunnen voeren in EPAview. Het is wenselijk dat de benodigde installatiegegevens in EPAview actueel zijn.
We hebben deze behoefte vertaald naar een nieuwe functionaliteit binnen EPAview: Module Installaties.

Inmiddels maakt een aantal woningcorporaties effectief gebruik van de Module Installaties.

‘Het werkt een stuk efficiënter nu alle actuele informatie van installaties overzichtelijk in EPAview staan en we ook eenvoudig kunnen filteren op allerlei installatiegegevens, dit is zeker in het kader van planmatig onderhoud een must!’

Hoe werkt het?

Op basis van een woningselectie in EPAview wordt een sjabloon geëxporteerd in Excel-formaat. Dit sjabloon – beveiligd met keuzeopties-  dient vervolgens per woning te worden ingevuld door het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het onderhoud van uw installaties. Het ingevulde sjabloon wordt via Module Installaties in EPAview in één keer ingelezen.  Alle ingevulde data wordt per woning automatisch verwerkt in EPAview.

installaties screenshot

Data ontsluiting

EPAview wordt zo meer en meer de centrale opslag voor energetische gegevens per woning. In combinatie met de Delto Connector kan deze informatie vervolgens ook makkelijk en veilig worden ontsloten naar andere applicaties.

Voordelen op een rij

  • Alle actuele informatie van installaties beschikbaar in EPAview.
  • Kunnen filteren op merk en type installatie in EPAview ten behoeve van planmatig onderhoud.
  • Fors kunnen besparen op kosten van handmatige invoer van installatie-mutaties per woning. Het doorvoeren van meervoudige installatie-mutaties kost normaliter ca. € 8,00 per woning.
  • De tijd voor het invoeren van de gegevens kan nu bij de onderhoudsbedrijven worden gelegd.

Mogelijkheid om gegevens uit te wisselen met andere systemen (middels de Delto Connector).

Meer informatie?
Wij informeren u graag over de mogelijkheden die Module Installaties u kan bieden.

Neem contact op met ons en wij informeren u verder.

Hartelijke groet,
Team Delto

lees verder

Huurwoningen niet op tijd energiezuinig

Gepubliceerd op: 25-03-2016
Huurwoningen zullen in 2020 naar verwachting niet gemiddeld een energielabel B hebben.
Terwijl dit eerder wel is afgesproken.

Dat blijkt woensdag uit een onderzoek van Team Vier in opdracht van de bouw- en installatiesector.
Bijna een derde van de ondervraagde verhuurders denkt niet dat huurwoningen in 2020 gemiddeld een energielabel B zullen hebben.

Volgens de afspraken moeten huurwoningen in 2030 gemiddeld een label A hebben en in 2050 zelfs allemaal energieneutraal zijn.

Nederlandse woningcorporaties hebben zo’n 2,4 miljoen woningen. Slechts 24 procent heeft een label A of B. Ruim driekwart is dus minder duurzaam.
In september 2013 werd het Energieakkoord gesloten en werd besloten nog eens 400 miljoen euro uit te trekken voor verduurzaming.

Meer doen

Uit het onderzoek blijkt verder dat corporaties meer willen doen om de huurwoningen energiezuiniger te maken.
Zowel ondervraagde huurders als verhuurders vinden verduurzaming belangrijk, maar geven daar tot nu toe geen voorrang aan.

Huurders vinden dat vooral de verhuurder verantwoordelijk is voor het verduurzamen van woningen.

Tegelijkertijd vinden drie van de vijf woningcorporaties dat huurders moeten meebetalen aan het duurzamer maken van hun woning. Bijvoorbeeld via een huurverhoging. Maar huurders lijken daar alleen onder strikte voorwaarden mee in te stemmen.

Sneller

“Huurwoningen moeten veel sneller energiezuinig gemaakt worden”, reageert voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland.

Hij benadrukt dat nog 1,8 miljoen huurwoningen verduurzaamd moeten worden, om te voldoen aan afspraken uit 2012.

Volgens Verhagen staan corporaties er inmiddels weer beter voor dan een paar jaar geleden en kunnen zij gebruikmaken van de zogenoemde Stimuleringsregeling energieprestatie huursector. Ze kunnen daarmee een deel van hun investeringen betalen.

Te weinig

“Maar al dat geld ligt nog steeds op de plank. Er gebeurt veel te weinig”, stelt Verhagen. Verhagen benadrukt dat corporaties eerst daadwerkelijk moeten investeren, voordat ze geld kunnen terugvragen.

“Daar wringt de schoen. Dat zou anders moeten”, meent de voorzitter. Hij vindt dat de subsidie direct beschikbaar moet worden gemaakt voor corporaties die geen middelen hebben om aan verduurzaming te kunnen beginnen.

“Dan hebben ze per direct de investeringsruimte om te werken aan die grote en belangrijke opgave.”

lees verder

GBO bepaling volgens NEN 2580

Gepubliceerd op: 07-03-2016

Voor de waardebepaling van uw vastgoed dienen Gebruikersoppervlaktes bepaald te worden. Deze moeten worden berekend volgens de NEN 2580. Tijdelijk mogen de oppervlaktes uit de BAG (Basis Administratie Gemeenten) nog worden gebruikt, mits ze gevalideerd zijn.

Sinds 1 januari 2016 zijn de meetinstructies weer aangepast. De afspraken staan in een praktische instructie voor het bepalen van de gebruiksoppervlakte van woningen met behulp van de vernieuwde norm NEN 2580.
De verschillende documenten kunt u hier bekijken: http://www.waarderingskamer.nl/default.aspx?sec=content&id=896

Uw opties

1. BAG

U kunt zelf een aanzet doen door de oppervlaktes uit de BAG op te vragen en deze te toetsen door ze te vergelijken met uw eigen WWS-oppervlaktes en de oppervlaktes uit EPAview.  U kunt de gegevens zelf ook analyseren.

Er zijn kleine verschillen in de berekening  van de GBO voor de bepaling  maximale huurprijs en de berekening die wordt gebruikt voor het bepalen van een Energie-Index.

Enkele voorbeelden:

Allereerst wordt er in het Besluit huurprijzen woonruimte onderscheid gemaakt tussen de oppervlakte van vertrekken en de oppervlakte van overige ruimte. Per vierkante meter oppervlakte van een vertrek wordt 1 punt toegekend, terwijl de oppervlakte van overige ruimte maar 0,75 punt per m² oplevert. De oppervlakte van verkeersruimten zoals een overloop worden niet tot vertrekken en overige ruimte gerekend. Daarnaast zijn er nog enkele andere verschillen. Zo gaat de NEN-2580 er bijvoorbeeld van uit dat de oppervlakte van de vloer onder een trap altijd wordt meegerekend, terwijl het Besluit huurprijzen woonruimte alleen de ruimte meet met een minimale hoogte van 1,50 meter.

Een validatie moet dus nog wel geschieden. Wij helpen u hier graag mee.

2. NEN 2580

Om de oppervlaktes meteen goed te berekenen volgens de NEN 2580 kunt u ons uiteraard ook inschakelen!

bouwlagen

Hoe kunnen wij u van dienst zijn?

Wilt u meer weten over de GBO bepaling en hoe wij u hiermee van dienst kunnen zijn?

Bel ons op 0522 – 245706 of stuur een mail naar c.dewit@delto.nl en wij nemen direct contact met u op.

lees verder